Het ontstaan van de Efteling

Op 31 mei 2017 viert attractiepark de Efteling haar 65 jarig bestaan. Maar de geschiedenis van de Efteling gaat verder in de tijd dan 1952, het jaar dat tegenwoordig word vast gehouden als begin van de Efteling.

Herkomst van de Naam
Waar precies de naam de Efteling is niet bekend, maar het bekendste en meest gebruikte verhaal gaat terug naar de 16de eeuw. In die tijd is er een hoeve gebouwd die de naam “Ersteling” kreeg. De hoeve verdween, maar de buurtschap kreeg de naam van de hoeve. “Ersteling” werd verbasterd tot “Essteling”. De gotische s’en ging men op den duur uitspreken als een f waarna de buurtschap de naam “Efteling” krijgt.

Voorgeschiedenis
In 1933 werd het plan opgepakt om op de zandgronden ten zuiden van Kaatsheuvel een sportpark aan te leggen. Dit was onder andere voor voetbalvereniging D.E.S.K. Op 19 mei 1935 opende het r.k. Sport en Wandelpark. Het park bestond toen onder andere uit een voetbalveld, twee oefenvelden en een speelweide. In de jaren daarna werd het park uitgebreid met een speeltuin met draaimolen, een glijbaan (de hoogste van Nederland), een kabelbaan, een ponybaan en een wielerbaan van zand.

Na de tweede wereld oorlog werden er plannen gemaakt voor de uitbreiding van de recreatiemogelijkheden. Als gevolg hiervan werd in juli 1949 tentoonstelling de Schoen gehouden. De ingang die voor deze tentoonstelling is gebouwd werd in de jaren daarna nog gebruikt als ingang van de Efteling.

De oprichting van Natuurpark de Efteling
Op 25 mei 1950 is de oprichtingsakte van de Efteling ondertekend. met een subsidie van gemeente Loon op Zand werd de speeltuin vernieuwd en kon begonnen worden met de werkzaamheden om een siervijver, roei en kanovijver en kwamen er paden, parkeerplaatsen en tennis en sportvelden. Als burgemeester en tevens voorzitter van stichting natuurpark de Efteling stond Reinier van der Heijden aan de wieg van de Efteling. Het was zijn vrouw die op het idee kwam van een sprookjesbos.

Het begin van het sprookjesbos
Het was mevrouw E. van der Heijden – Perquin, echtgenote van de oprichter Mr. R.J.Th. van der Heijden, die met het idee kwam van een sprookjesbos. Van der Heijden besloot zijn zwager Peter Reijnders bij het idee hiervan te betrekken. Reijnders was fotograaf, cineast en uitvinder. De voor die tijd revolutionaire uitvindingen zoals de Rode Schoentjes, Ezeltje Strekje en de Vliegende Fakir kwamen van zijn hand. Samen met Henk Knuivers heeft Peter Reijners de techniek ontworpen van Holle Bolle Gijs. Reijnders heeft zelfs de stemmen ingesproken van Wagen Gijs en Boekanier Gijs.

Lees ook:  Efteling past Vrolijke Noot aan

Het was ook Peter Reijnders die met het idee kwam om Anton Pieck te vragen voor het ontwerpen van het sprookjesbos. Anton Pieck was verantwoordelijk voor de ontwerpen van de eerste 10 sprookjes die bij de opening van het sprookjesbos in 1952 te zien waren. De eerste sprookjes waren Doornroosje, het Paddestoelendorp (later het Kabouterdorp geworden), Langnek, de Sprekende Papegaai, de Chinese Nachtegaal, de put van Vrouw Holle, Kleine Boodschap, Sneeuwwitje en op het Herautenplein de De Kikkerkoning en De Magische Klok.

Alles werd onder streng toezicht van Anton Pieck gebouwd waarbij alles zoveel mogelijk uit echte materialen moest bestaan. Dus geen houten decoraties maar echte huisjes van steen. Tevens liet Anton Pieck muurtjes die te recht waren gemetseld afbreken en opnieuw metselen zodat het precies zo stond als Pieck het wilde. Pieck was dusdanig perfectionistisch dat hij zich al kon druk maken om kleine kleurverschillen of timmerwerk wat één centimeter verkeerd zat.

Het Sprookjesbos groeide
Het eerste jaar van de Efteling met de opening van het sprookjesbos was gelijk een succes. Het eerste jaar mocht de Efteling 222.941 gasten verwelkomen. Zij betaalde destijds 80 cent (36 eurocent) voor een toegangskaartje per persoon. Door dit succes kwamen er snel andere sprookjes bij zoals in 1955 Hans en Grietje, in 1958 De Vliegende Fakir en in 1960 Roodkapje.

Na nog diverse uitbreidingen in en buiten het sprookjesbos zoals in 1953 een zwembad, de stoomcarrousel in 1956 en de eerste Holle Bolle Gijs was vanaf 1958 in het park te vinden. In 1966 opende de tot dan toe grootste attractie van de Efteling: de Indische Waterlelies, naar een sprookje geschreven door Koningin Fabiola van België.

Lees ook:  Opknapbeurt omgeving Piraña bijna afgerond

Van Sprookjesbos naar pretpark
Begin jaren 70 werden er nog enkele sprookjes en kleine attracties toegevoegd. Anton Pieck en Peter Reijnders trokken zich uit het park terug en een nieuwe ontwerper nam het potlood van Pieck over: Ton van de Ven. Hij vernieuwde niet alleen oude ontwerpen (zoals Sneeuwwitje, Langnek en Doornroosje), maar zorgde ook voor nieuwe attracties. In 1978 opende het Spookslot, het eerste grote project van creatief directeur Ton van de Ven.

Een daling in de bezoekersaantallen en de moordende concurrentie van andere attractieparken waren de voornaamste redenen om het roer om te gooien aan het begin van de jaren 80. Zodoende opende de eerste stalen achtbaan op het vasteland van Europa. Toen de Python in 1981 werd geopend was deze meteen een doorslaand succes

In de jaren daarna heeft de Efteling zich steeds meer gevestigd als volwaardig attractie en themapark. Met de komst van de Fata Morgana en Droomvlucht heeft de Efteling ook haar oorsprong als sprookjespark kunnen behouden. Tegenwoordig worden alle nieuwe attracties gebouwd om een bekend sprookjesachtig verhaal of word er door de Efteling zelf een verhaal bij bedacht. De Efteling staat in de Europese top qua attractieparken en met de komst van het Efteling Hotel en vakantiepark Bosrijk ook uitgegroeid tot een internationale meerdaagse vakantiebestemming.

Reageer